De gevolgen van klimaatverandering
Wij hebben deze zomer een aantal dagen achter de rug waarin wij te maken kregen met een hittegolf. D.w.z. met temperaturen boven de 32 graden. Om ons daarop voor te bereiden kondigde het KNMI-code geel en oranje aan. Dat betekende dat wij ons aan die uitzonderlijke hitte moesten aanpassen. Om de paar uur in smeren met zonnebrandolie, veel waterdrinken en onze werkomstandigheden minimaliseren. Zoals op het heetst van de dag een siësta houden. Die rustperiode ervoeren vroeger alleen de ware zonaanbidders die om te bruinen de Middellandse zee opzochten. Wat zij daar als een hoogtezon zagen, noemden vroeger de KNIL-militairen in Indonesië de “koperen ploert.” Een verwensing die straks misschien ook weer hier te beluisteren valt.
Ondertussen heeft hier een instantie uitgerekend welke negatieve gevolgen zo’n hittegolf door werkonderbreking en verminderde werklust op onze economie heeft. Die schade is bepaald niet gering en valt te vergelijken met dagen waarop gestaakt wordt. Er is niet alleen sprake van economische schade, voor bejaarden is een hittegolf zelfs levensbedreigend. Met klem wordt ze voorgehouden om toch vooral rustig aan te doen. Het komt er bijna op neer dat de enige lichaamsinspanning die een bejaarde zich nog kan permitteren, het knipperen met je oogleden is. Ooit heeft een wetenschapper die niks beters te doen had, berekend dat wij dat maar liefst 2000 keer per dag doen. Dat is rijkelijk vaak. Misschien moet je als bejaarde ook dat maar minderen. Soms is het best prettig om je ogen te sluiten en zo niet alles te hoeven aanschouwen wat de buitenwereld toont.
Die hoge temperaturen hebben ertoe geleid dat de dresscode met zijn vele regels niet meer geldt. Dat hield in dat je je kleedde wat naar plaats en tijdstip betamelijk werd geacht. Zoals in smoking of black tie en bij officiële gelegenheden in een rokkostuum. Wat je als volwassen man nooit en te nimmer buiten het zwembad en op het strand droeg, was een korte broek! Terwijl dat vroeger voorbehouden was aan de jeugd, dragen tegenwoordig ook mannen op middelbare leeftijd en bejaarden die. Op elke plek en op elk moment van de dag. In de supermarkt, bij een museumbezoek ja waar eigenlijk niet. Het is geen gezicht! Waarom doen ze dat? Een korte broek helpt niet tegen de warmte. Jonge mannen willen zo hun tatoeages showen. Maar oude mannen met benen die niet om aan te zien zijn? Wat bezield hen? Misschien willen ze zo suggereren dat ze niet oud zijn en nog niet toe zijn aan een aanleunwoning en een mantelzorger.
Vroeger was het de vrouw die ervoor zorgde dat haar echtgenoot gepast gekleed ging, maar dat gezag is ze blijkbaar kwijtgeraakt. Trouwens die lopen ook al in korte broek rond of hullen zich in een legging in schreeuwende kleuren. Hieruit blijkt overduidelijk dat klimaatverandering invloed heeft op het gedrag van ons als Nederlander.
Aan het begin van de vorige eeuw toen iedereen onder elke weersomstandigheden zwaar gekleed ging, had al iemand vastgesteld dat klimaat invloed had op het menselijk gedrag. Het was niet de korte broek die hem dat deed concluderen maar een bezoek aan Centraal Azië. Namelijk een jongeman Ellisworth Huntington (1876 – 1947) die als lid van een Amerikaanse expeditie (archeologisch) in Centraal Azië onderzoek deed en daar de ruïnes aantrof van steden en dorpen in de woestijn waar alleen nog maar nomaden verbleven. Zijn verklaring daarvoor was, dat hier door verdroging met als gevolg woestijnvorming, beschavingen ten onder waren gegaan.
Die verklaring zou zijn verdere leven bepalen. Hij schreef een boek “Climate and Civilization” dat in 1915 verscheen en direct veel aandacht trok. Er waren voor- en tegenstanders. Die laatsten verweten hem dat hij generaliseerde en ongefundeerde conclusies trok. Het zette hem ertoe aan, hij was ondertussen professor in de geografie aan Yale een zeer gerenommeerde Amerikaanse universiteit geworden, om materiaal te verzamelen die zijn theorie bevestigde. Zo wezen bijvoorbeeld metingen uit, dat menselijke energie sterk beïnvloed wordt door dagelijkse weersomstandigheden. Een hoge temperatuur en luchtvochtigheid hebben daarop een negatieve invloed. Een gematigd zeeklimaat, zo concludeerde hij, met een zomertemperatuur van 18 graden en het ontbreken van een lange strenge winter was het gunstigst en daar kon zich dan ook een hoge beschaving ontwikkelen. In totaal schreef hij maar liefst 29 boeken en talloze artikelen waarin hij zijn theorie verder uitwerkte.
In 1945 verscheen zijn Magnus opus “Mainsprings of Civilization” waarin hij op basis van uitgebreid materiaal concludeerde dat een beschaving in overwegende mate bepaald werd door erfelijkheid en fysische omstandigheden zoals het klimaat. Hij voerde een overweldigende hoeveelheid statistieken, kaarten, diagrammen enzovoort als bewijsmateriaal aan. Bovendien haalde hij allerlei anderen aan die met hun uitspraken en conclusies zijn theorie bevestigden. Het commentaar was lovend, maar vanuit wetenschappelijke kringen bleef reactie uit. De tijdgeest was een andere. De mensheid met zijn technisch vernuft, hoefde zich niet langer maar aan zijn omgeving aan te passen. Ze beheerste die!
Een belangrijke medestander had hij graag aangehaald, maar die deed zijn uitspraak pas na zijn dood. Die was Lee Kwan Yew de president van de stadsstaat Singapore die zich in 1965 afgescheiden had van Maleisië en zich daarna ontwikkeld had tot een zeer welvarend land. Toen een journalist hem vroeg hoe dat mogelijk was, was zijn antwoord: “door de airconditioning. Die stelde de bewoners van Singapore met zijn broeierige tropisch klimaat is staat om onder dezelfde condities te werken als in West-Europa.”
In 1959 verscheen er nog een herdruk. Een onooglijke pocket van 669 bladzijden waarin de diagrammen, tabellen, kaarten en grafieken zo klein waren afgedrukt dat ze slechts met veel moeite te doorgronden vielen. Deze herdruk werd dan ook alleen door enkele diehards aangeschaft.
Huntington is na tachtig jaar totaal vergeten. Niemand die hem nog noemt of citeert. Ook niet Peter Frankoper, een bekende Engels historicus, die zich ontpopte als zijn opvolger met zijn spraakmakend boek “De transformatie van de aarde.” De teneur is anders, namelijk onheilspellend. Hij voorziet dat door toedoen van de mens onze beschaving, d.w.z. onze consumptiemaatschappij, door klimatologische rampen bedreigd wordt en misschien daardoor verloren gaat!
Hij hoeft ons niet meer met een overvloed van diagrammen, statistieken enzovoorts te overtuigen, zoals Huntington probeerde. Wij worden immers geconfronteerd met tornado’s, met wolkbreuken en verzengende hitte waartegen geen airconditioning ons kan helpen. Rampen waartegen wij machteloos staan.
Ze zijn het gevolg van door temperatuurverhoging op aarde die wij nota bene zelf veroorzaken. Daardoor zal ook door het afsmelten van de Noord – en Zuidpool de zeespiegel stijgen en zullen zeestromen van koers veranderen. Zoals onze Golfstroom die ervoor zorgt dat wij een mild klimaat in West-Europa hebben In kleine kring van wetenschappers en grote investeerders wordt nu al gedacht over de ernstige gevolgen die dat heeft. Veranderingen die alleen afgeremd kunnen worden als verdere temperatuurstijging voorkomen kan worden. Maar wat nu misgaat, valt helaas al niet meer ongedaan te maken.
Naar schatting zal door broeikasgassen als koolstofdioxide en methaan de verder opwarming doorgaan en zal bij een temperatuurstijging met 2 graden aan het einde van deze eeuw de zeespiegel wel eens met een drie meter gestegen kunnen zijn. Dan zijn al verschillende eilanden in de Pacific onder de zeespiegel verdwenen. Een klein eiland als Tuvalu moet nu al ontruimd worden. De Wereldbank schat dat al in 2050 maar liefst 216 miljoen kustbewoners door hoogwater verdreven zullen worden! Om qua beleving aan te geven hoe kort dat is, dat komt overeen met een achterliggende periode van 2000 tot 2025.
Kustbewoners dat zijn wij ook achter onze dijken! Als wij niet tijdig tegenmaatregelen nemen dan zullen alle Randstedelingen, Zeeuwen, Friezen en Groningers moeten verhuizen naar onze hoger gelegen zandgronden. Misschien moet een deel zelfs uitwijken naar het aangrenzend Duitsland. Over die dreigende ramp wordt niet nagedacht en zeker niet publiekelijk gesproken. Wij winden ons op over bedreigingen ongemakken die nu spelen. Is onze overheid te optimistisch en hoopt zij dat alles wel meevalt? Of reageert de politiek zoals ooit Lodewijk XV, de koning van Frankrijk deed die bij kritiek op zijn beleid van verspilling een feestvieren reageerde met: “Na ons de zondvloed.”
Hoe het ook zij, dat is een totaal andere houding dan in de jaren zestig van de vorige eeuw. Toen werd onze sterke bevolkingsgroei als een ernstig probleem gezien. In het jaar 2000 zou Nederland 20 miljoen inwoners tellen en er moest voorkomen worden dat die allemaal in het Westen des Lands gingen wonen en werken. Daardoor zou een stedelijke agglomeratie ontstaan met alle kwalijke gevolgen voor de bewoners. Dat nu zo vond men moest voorkomen worden.
Zo kwam de overheid in 1966 met de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening waarin er de bevolkingsgroei in het Westen des Lands zich beperkte tot een Randstad met een groen hart die de bewoners ruimte bood voor recreatie enzovoorts. Voorts moest bevolkingsspreiding nagestreefd worden. Die moest worden afgedwongen door middel van planologische kernbeslissingen. Deze nota kon in elke boekwinkel gekocht worden zodat de gewone Nederlander wist wat het voorgenomen beleid voor de komende veertig jaar inhield.
Hoe is de situatie nu? Geen discussies of wat dan ook over een beleid voor de komende veertig jaar! Is het verder ophogen van de bestaande dijken een oplossing of is dat te passief en moeten wij de zee terugdringen? En wat voorinvesteringen zijn daarvoor nodig? Voorts zouden wij nu al gebaat zijn met een planologische kernbeslissing die verbiedt om stadswijken uit de grond te stampen die onder het huidige of toekomstige zeeniveau liggen. Wij behoeven moderne terpen! Daar mogen wij bij een aanpak van onze ernstige woningnood niet aan voorbijgaan.
Laten wij de spreuk op het monument op de Afsluitdijk gedenken: “Een volk dat leeft, bouwt aan zijn toekomst.” Of in hedendaagse bewoordingen een volk zonder visie is verloren. Wanneer wij niet tijdig een oplossing vinden voor de onvermijdelijke zeespiegelstijging dan zal die in deze eeuw een groot deel van ons land verzwelgen!
Leeuwarden 2024