Skip to content
Home » Artikelen » Geen moer schelen

Geen moer schelen

Waarom de schrijver Anton Tsjechov van alle tijden is

Er zijn schrijvers die je altijd bijblijven. Omdat de teneur van een roman of verhaal, de belevenissen van de hoofdpersoon of de uitspraken die hij doet, diepe indruk op je maken.

Zulke schrijvers zijn voor mij George Orwell ((1903 -1950) en Anton Tsjechov (1860 – 1904). Beiden zijn al jong overleden aan tuberculose. Desondanks lieten ze een indrukwekkend oeuvre na. Van George Orwell bezit ik nagenoeg alles wat ooit gepubliceerd is. Van Anton Tsjechov alleen een flink deel van zijn werk dat in de Nederlandse taal is uitgegeven. Eerst waren dat alleen pockets. Later waren dat de verzorgde uitgaves uit de Russische Bibliotheek, die fl. 16.50 kosten, maar die waren voor een student te duur. Een aantal heb ik later aangeschaft toen dat financieel gemakkelijk ging, maar toen was tijdgebrek een beperking.   

Toen ik kortgeleden las dat de toneelgroep Maastricht het toneelstuk De Kersentuin van Anton Tsjechov gaat opvoeren, deed dat mij deugd. Tegelijkertijd herinnerde het mij aan een voornemen dat ik nog steeds niet had uitgevoerd. De Kersentuin werd voor het eerst in 1903 in Moskou opgevoerd. Met groot succes hoewel Tsjechov allesbehalve tevreden was. De regisseur heeft er alle vrolijkheid uitgehaald zo was zijn commentaar. Hij heeft van mij als schrijver een huilebalk gemaakt zo concludeerde hij. Desondanks werd het stuk al snel overal ter wereld opgevoerd waarbij elke regisseur zijn eigen uitleg eraan gaf.

Ook de toneelgroep Maastricht doet dat volgens de aankondiging in een eigen bewerking. De kans dat het een hedendaagse versie wordt, is groot want die verleiding is door geen regisseur te weerstaan. Immers het toneelstuk gaat over een landhuis met een prachtige kersentuin, die gekapt gaat worden voor de bouw van datsja’s. Met alle menselijke verwikkelingen daar omheen. Dat gegeven valt zo te verplaatsen naar onze tijd met een onroerend goed tycoon die een bos wil kappen om er een bungalowpark van te maken.   

Chekov, Osip Braz, Public domain, via Wikimedia Commons

Die nieuwe opvoering is, hoe de interpretatie van de regisseur ook mag zijn, een hommage aan Anton Tsjechov. Want er was de laatste tijd weinig aandacht voor zijn werk. Maar hiermee negeert de toneelgroep het boycotten van Rusland. Want behalve gas, olie en andere producten wordt er ook hier en daar op aangedrongen om de Russische cultuur uit te bannen. Terwijl toch de Russische literatuur en muziek een onvervreemdbaar deel van ons Europese erfgoed zijn. Moet ik nu het luisteren naar het vioolconcert van Tsjaikovsky en het lezen van korte verhalen van Tsjechov achterwege laten? Waarvan ik erg kan genieten? Ik vind zo’n oproep onvoorstelbaar. Wij hebben tijdens en na de Tweede Wereldoorlog Beethoven en Brahms ook niet in de ban gedaan. Dit ruikt te veel naar boekverbrandingen. Maar dit even terzijde.

Anton Tsjechov behoorde niet, zoals enkele andere beroemde Russische auteurs, tot de Russische elite. Zijn vader had kans gezien om zich vrij te kopen als lijfeigene en werd kruidenier. Anton lukte het vervolgens om een beurs te verwerven die hem de mogelijkheid bood medicijnen te gaan studeren. Veel was het niet en hij begon korte verhalen voor populaire bladen te schrijven om zo zijn beurs aan te vullen. Hij studeerde in 1884 af en vestigde zich als arts. Uit medemenselijkheid was hij bereid om ook arme mensen kosteloos te helpen. Die inspireerden hem als schrijver maar hij liep er wel tuberculose door op. Zijn sociale betrokkenheid bleek ook uit de reis die hij maakte naar Sachelin om te kunnen schrijven over de gevangenkampen. Hij was geen auteur die misstanden opzocht om zo een aandachttrekkend onderwerp te hebben en deze daarna achter zich te laten. Neen, hij zette zich ook later nog in om hun lot te verbeteren. Zo sprong hij ook als arts bij toen een cholera-epidemie uitbrak.

Ik ben voor 60% arts en voor 40% auteur zo heeft hij eens gezegd en die combinatie leverde hem meer dan genoeg stof op voor het schrijven van verhalen over alledaagse situaties en over alledaagse mensen.  Over hun misplaatste trots, ijdelheid en onbenulligheid. Geen verhalen met een happy end maar daarentegen vaak met een openend. Deze menselijke tekortkomingen zijn van alle tijden en daardoor blijft Anton Tsjechov door de jaren heen actueel. Zijn verhalen trokken niet alleen in Rusland de aandacht maar ook in het buitenland. Hij werd een zeer succesvolle schrijver die daar maar kort van zijn populariteit kon genieten, want hij werd al op jonge leeftijd door tuberculose gesloopt. Hij overleed in 1904 in Duitsland, waar hij naar toe was gegaan om te kuren.

Deze gevierde schrijver verdiende het om in Moskou begraven te worden, zo vond men in Rusland. Zijn lichaam werd overgebracht naar Moskou. Bij de begrafenis was een grote menigte op de been. Het werd een spektakel dat paste bij zijn tragikomisch werk waarin protserigheid en schone schijn verbleekt. Hij werd in een koelwagen met opschrift “Voor verse oesters” van de trein gehaald en op de begraafplaats ontstond verwarring toen daar tegelijkertijd een Russische generaal begraven werd. Een deel van de bewonderaars volgden toen de verkeerde begrafenisstoet.  

De Kersentuin was internationaal allang een groot succes, voordat het toneelstuk in 1952 voor het eerst in Nederland door de Haagsche Comedie werd opgevoerd. Wat wel iets zegt van het vooroorlogse benepen culturele klimaat in ons land. In die jaren kort na de Tweede Wereldoorlog ontstond er opeens belangstelling voor Tsjechov. Dat begon met een vertaling van Aleida G. Schot. Zo verscheen in 1945 De Kus en andere verhalen die zij uit het Russisch had vertaald. Ze ging ervanuit dat hij voor het Nederlandse publiek totaal onbekend was want zij schreef een inleiding met als titel “Confrontatie met Tsjechov” die bijna net zo lang was als een van de opgenomen verhalen. Daarin zette ze uiteen hoe hij schreef en waarover. Haar boek verkocht goed en er kwam een tweede druk in 1953 en een derde in 1958.

Dat onverwachte succes zette Geert van Oorschot, een bekende uitgever, aan het denken. Hij was al eens benaderd door Charles B. Timmer die jarenlang in Rusland had gewoond, verrukt was van Tsjechov en al werk van hem had vertaald.  Maar daarop had hij niet gereageerd. Hij deed dat nu wel en dat resulteerde in een uitgave van verhalen in een vertaling van Timmer waarvoor eveneens ruime belangstelling was.

Geert van Oorschot besloot daarop in te spelen door niet alleen vertalingen van Tsjechov uit te geven maar ook van andere Russische schrijvers. Maar dan wel rechtstreeks en geen afgeleide vertalingen uit het Engels, Duits of Frans. Dat maakte het tot een groot en kostbaar project. Hij bracht het onder in een aparte nv met de prestigieuze naam van de Russische Bibliotheek. Externe financiering was onontbeerlijk en een aantal bekenden van hem uit het verzet waren daartoe bereid. Zo werden er een twintigtal vertalers ingeschakeld waaronder studenten die Slavische talen studeerden, zoals Karel van het Reve die het werk van Toergenjev vertaalde.

Zijn toneelstukken waaronder De Kersentuin, had ik overgeslagen. Dat kwam omdat toneel mij tegenstond en mij zelfs weerhield om toneelstukken te lezen. Die afwijzing was de schuld van Albert van Dalsum. Hij was in de jaren vijftig een gevierd acteur die ik als H.B.S er ergens in zag spelen. Waarin weet ik niet meer, dat heb ik verdrongen. Die pompeuze gebaren en dat gezwollen oreren van die man stond mij gruwelijk tegen en dat soort schijnvertoningen aanschouwen, wou ik mij besparen. Het bezorgde mij ook een aversie tegen het lezen van toneelstukken.

Met als gevolg dat ik niet alleen nooit een opvoering van De Kersentuin heb gezien maar ook het stuk niet gelezen heb. Dat verzuim drong zich bij mij op toen ik tijdens mijn werkzaam leven ging praten met iemand over samenwerking en overname van zijn onderneming. Wanneer wij daarover spraken in Amsterdam dan troonde hij mij mee naar De Kersentuin. Toen een zeer gerenommeerd restaurant met een Michelin ster die geleid werd door de bekende restaurateur Joop Braakhekke. Je ging er niet heen omdat het eten zo uitzonderlijk was – dat drong niet eens tot mij door – maar om de entourage. Daarmee gaf mijn gesprekspartner aan dat hij mij en de ontmoeting erg belangrijk vond. Die indruk hield je niet over aan een broodje pekelvlees in een echte Amsterdamse broodjeszaak die toen nog bij de Beurs in de zijstraten van het Damrak zaten en door de beurshandelaren werden bezocht.

Die besprekingen eisten mijn volle aandacht op, zodat ik er niet toekwam om Braakhekke te vragen of het restaurant naar dat toneelstuk van Tsjechov was vernoemd. Zou hij ook een fan van Anton Tsjechov zijn? Als wij daarover aan de praat waren geraakt, zou hij hetvast gek hebben gevonden als ik juist De Kersentuin niet kende. Dus besloot ik die te gaan lezen. Maar het bleef erbij, het zakendoen eiste alle aandacht op.

Maar nu zou het er echt van komen, ik besloot naar de opvoering van toneelgroep Maastricht te gaan en daarna de oorspronkelijke versie van Anton Tsjechov te gaan lezen. Uiteraard zou ik het daar niet bij laten, ik kon dan ook mooi een paar andere verhalen herlezen die mij in het geheugen gegrift staan. Zoals dat verhaal dat zo goed laat zien dat mensen zich totaal niet afvragen wat effect de gevolgen van hun gedrag en handelen op de samenleving heeft. Zoals die bezoekers – meer dan 300.000 – die in juli naar de Grand Prix races in Zandvoort kwamen. Of die de festivals bezoeken die zomers overal worden gehouden.

Dat korte verhaal van hem gaat over een plattelander die voor de rechter staat. Hij is betrapt bij het losdraaien van de moeren waarmee de spoorrails op de dwarsliggers zijn bevestigd. Hij is in hechtenis genomen en wordt nu voor de districtsrechtbank geleid. De rechter vraagt hem waarom hij sabotage aan het spoor pleegde. Wat was in vredesnaam zijn motief voor zo’n ernstig misdrijf?    

De man begrijpt die vraag niet. Sabotage, wat is dat in vredesnaam? Heeft hij zoiets gepleegd? Hij ging alleen maar naar het spoor omdat hij moeren nodig had om daarmee zijn visnetten te verzwaren. Die moeren zijn daarvoor uitermate geschikt en zonder deze kan hij geen vis vangen want lood kopen is voor hem veel te duur. Vervolgens gaat hij omstandig uitleggen hoe hij vist.

De rechter onderbreekt hem en vraagt of hij niet snapt dat door moeren weg te nemen een trein kan ontsporen en dat er zo wel eens veel slachtoffers kunnen vallen. Is hij nu werkelijk zo stom dat hij niet de draagwijdte van zijn daad begrijpt? De boer kijkt hem verbijsterd aan. Wat hebben die rare snelheidsmonsters met zijn visvangst uit te staan?

Die onbegrijpelijke opmerking doet hem vermoeden dat zo’n hooggeplaatste rechter niets van vissen afweet en hij begint te vertellen hoe belangrijk zijn visvangst voor het hele dorp is. Niet alleen de dorpelingen kopen zijn vis, neen ook alle belangrijke heren! Zijn vis wordt gegeten door de pope, de notaris en de burgemeester. Zelfs de landheer smult van zijn verse vis die hij regelmatig levert. Dat heeft een lakei hem laatst nog vertrouwelijk gezegd.

Hij doet met het losdraaien van die moeren dus niks verkeerd. Integendeel, hij bewijst alle bewoners van zijn dorp er een dienst mee. Trouwens ook andere dorpelingen gebruiken die moeren. Nu gaat de rechter een licht op. Vorig jaar is daar immers een goederentrein ontspoord! Het was een ravage.

Er moet een voorbeeld gesteld worden en dus moet hier streng gestraft worden. Die domme dorpelingen moeten dit eens en voor altijd afleren. De verongelijkte visser die totaal niet begrijpt wat hem overkomt, wordt tegenstribbelend en onder luidprotest door de politieagenten afgevoerd. Hem wacht een zware straf.

Dat beeld van die simpele visser dringt zich steeds aan mij op als ik hoor of lees hoe mensen onbekommerd hun gebruikelijk leven voortzetten en bezwaar maken tegen maatregelen die daar inbreuk op maken maar die nu eenmaal bitter nodig zijn om ons leefmilieu te redden. Zij beseffen blijkbaar niet wat zij aanrichten. Misschien helpt hier voorlichting om zo een mentaliteitsverandering te bewerkstelligen. Maar ik twijfel of dat veel uithaalt. Er wordt in ons land al veel voorgelicht. Vaak met weinig zichtbaar resultaat. Desondanks is het de enige manier om hun onwetendheid te bestrijden.

Maar voor anderen heeft voorlichting geen zin, ze weten heel goed wat ze aanrichten. Politici bijvoorbeeld die wel op de hoogte zijn van wat er speelt, maar bij hun onderlinge bekvechterij het landsbelang negeren. Hoe zij doof blijven voor commentaar van deskundigen en stekeblind zijn voor de gevolgen van hun gedrag. Hoe de burger het vertrouwen in hen en de democratie verliest. Er wordt momenteel in ons land geen enkel beleid gevoerd, zelfs geen wanbeleid!

Of om een andere categorie te noemen de beursgoeroes, die speculeren, de hedgefonds beheerders die er keer op keer in slagen om geld op te halen bij onze pensioenfondsen en bij kleine beleggers. Hoe zij daarmee bedrijven uiteenscheuren en in onderdelen verkopen. Hoe zij om grote speculatiewinsten te behalen, bedrijven ten gronde richten.

Dat zijn visvangst een treinongeluk tot gevolg kon hebben, ontging deze eenvoudige visser. Maar dat geldt niet voor deze groeperingen. Zij zijn intelligent genoeg om te beseffen dat wat zij aanrichtten bijdraagt aan een ontsporen van economie en samenleving. Maar och, dat kan hen geen moer schelen!

Leeuwarden2024